dinsdag 5 oktober 2010

Gegroet

Lopen is niet het juiste woord voor wat ze doet. Het is een vorm van schrijden met een aarzeling erin. Misschien komt het door haar lengte, die nauwelijks wordt geschraagd door de broosheid van haar ledematen. Ze woont een paar huizen verderop. Gegroet hebben we elkaar nog nooit. Terwijl ik heel wat af ‘hoi’ en ‘hallo’ vanaf het houten bankje op de stoep voor mijn huis. De eerste voorjaarszon en de laatste herfstwarmte zuig ik daar in de namiddag op onder het genot van een krant en een glas wijn. Buren lopen langs, steken een hand op of blijven staan voor een praatje. Ik informeer naar de gezondheid van de oude heer die, voor hij aan zijn moeizame tocht naar de tweede verdieping begint, naast mij zittend moed en kracht verzamelt. Ik gluur bewonderend in kinderwagens, word omstandig geïnformeerd over de illegale sloop of plaatsing van een muurtje zus of een dakraam zo, over de voortdurende heibel van die met die en de vermeende romance tussen je weet wel en dinges.

Maar met haar heb ik nog nooit een woord gewisseld. Haar iele lijf en doffe blik vormen het perfecte pantser tegen groetbeluste buurvrouwen. Zonder twijfel is ze het slachtoffer van die nare ziekte die maakt dat broodmagere meisjes zich inbeelden dat ze eruit zien als vette varkens. Ik weet dat ze mededogen bij me op zou moeten wekken en dat doet ze ook, maar meer nog voel ik wrevel. Ik heb er helemaal niks mee te maken en ik weet helemaal niks van het leed dat zij met zich meetorst – obviously, want ik spreek haar nooit – en toch ergert het me dat ik in al die jaren nog nooit een glimlach of een zweem van tevredenheid op haar gezicht heb bespeurd. Ook niet nu ze sinds enige tijd een jongeman aan haar zijde heeft. Uit mijn omgeving weet ik dat zelfs de liefde geen adequaat medicijn tegen anorexia is, maar een beetje vrolijk zou je er toch best van kunnen worden. Met de komst van vriend lijkt het spleen eerder verdubbeld. Apathie en somberheid. Mistroostigheid en indolentie. Hand in hand. Dat wel.

Het is een mooie herfstdag. Straks misschien een wijntje op de stoep. Kijken of er nog wat te groeten valt.

maandag 12 juli 2010

Oud

‘Iedereen wil oud worden, niemand wil oud zijn’, zegt ze.
Ze zegt het vaak, zoals ze alles tegenwoordig vaak zegt. Een voortdurende herhaling van anekdotes uit het verleden en vragen die door het heden worden opgeroepen. ‘Wat zullen we straks eten? Gaat het goed met je werk? Waar gaan jullie naartoe in de vakantie? Wil je thee of koffie?’ 7 keer in een uur is niks.

Ze zet de televisie aan. Halve finale Duitsland-Uruguay.
‘Oh, weer voetbal.’
‘Ja, dit gaat om de 3e en 4e plaats bij het WK.’
‘Is dat in Amsterdam?’
‘Nee, in Zuid-Afrika.’
‘O ja, dat is ook zo. Duitsland tegen Uruzgan?’
‘Tegen Uruguay.’
‘Dat ligt toch niet in Zuid-Afrika?’
‘Nee, in Zuid-Amerika.’
‘O, is het in Zuid-Amerika?’
‘De wedstrijd is in Zuid-Afrika, daar speelt het hele WK zich af.’
‘Ach natuurlijk, wat vergeet ik toch veel hè? Maar het maakt me niks uit hoor, want ik geniet nog echt. Ik heb alle wedstrijden gezien. Goh, dus die Duitsers staan weer in de finale.’

dinsdag 6 juli 2010

Maňana

Er hing een zware zwoele deken over de stad. De oververhitte medemens flipflopte de dag door, gehuld in veelal te dunne, te korte stukjes textiel waaruit van alles te voorschijn floepte: rollen, kwabben en aangroeisels waarvan je bij normale Hollandse temperaturen slechts een hint meekrijgt. Iets dat je graag zo zou willen houden. Zo’n dag dus. Een waarop een derde zich beklaagt over klammigheid en ander klef ongemak, een derde – deels overlappend met de klagers - begint te stinken en nog een derde zwelgt in een dik aangezet maňana-gevoel.

Zulke dagen beschouw ik als de mijne. Waar die voorliefde precies vandaan komt, weet ik niet. De genealogie van mijn familie reikt tot ergens in de 18e eeuw geloof ik. De aan mijn fantasie ontsproten hittebestendige Spanjaard met wie een van mijn voormoeders tussen de lakens of achter een schuur iets heel moois dan wel iets heel ranzigs beleefde, was toen allang weer vertrokken. Maar ik dank hem elke zomer voor het mediterrane bloed dat hij achterliet.

Enfin. Op deze zalig broeierige dag liep ik toevallig tegen allemaal types aan die met verzengende geestdrift probeerden mijn cool onderuit te halen. Het leek nationale complimentendag wel. Over mijn zelf gecreëerde fifties jurk, over een tekst waarvoor ik gewoon netjes betaald krijg, over de frivole meisjesrokjes die steeds gretiger aftrek vinden waardoor een hobby langzaam naar een tweede business transformeert, en over columns op een blog dat al een tijdje ligt te verstoffen.
Ja, daar werd deze nep-Spanjaardin zomaar een beetje zweterig van. Niets verwarmender immers dan veren die op de juiste plekken worden gestoken. Maar ook niets verplichtender. Noblesse oblige. Van naaimachine naar toetsenbord en weer terug. Rats, rats, zoef, zoef, tik, tik. Maňana. Echt.

donderdag 8 april 2010

wordle

Wat zal ik eens schrijven?
Heb ik eigenlijk wat te vertellen?
En wordt wat ik schrijf wel gelezen?
Wie wat te vertellen heeft,
die schrijft dat soms op en wil dan graag
dat anderen het lezen. Als het niet gelezen wordt,
hoef je het namelijk ook niet op te schrijven.
Tenzij je het alleen voor jezelf opschrijft
natuurlijk. Of om er een wordle mee te fabrieken.
www.wordle.net - leuk
Wordle: Untitled

dinsdag 23 maart 2010

Druk


Druk, druk, druk.

Dikke gaap bij de zoveelste die zich op de vraag:
'hoe gaat ie?' zo uit-druk-t.

Druk, druk, druk.
Niks te gapen.

Druk, druk, druk.
Het is echt.
Maar ook lente.

Druk dus. En lente!

zaterdag 12 december 2009

Obese engel

Zo, hij staat weer. Blingbling in overwegend roze. Een aantal takken is bedekt met een laagje spuitsneeuw. Een vorm van versiering die, wat mij betreft, nog het meest lijkt op acute takkenschimmel. Dochter echter, geïndoctrineerd door een klasgenootje wier moeder zo’n spraybus mee naar school had gegeven om de klassenboom mee te belagen (was zij lekker van die zooi af), meent hiermee de ultieme compensatie voor een overigens sneeuwloos bestaan te hebben gevonden. En vooruit, kerstbomen opleuken blijft toch het prerogatief van het kind. Al voel ik me niet te beroerd om op momenten dat het esthetisch echt uit de bocht dreigt te vliegen op subtiele wijze bij te sturen.

Drie bonte vogeltjes knus op één tak (‘Kunnen ze fijn samen spelen, mam’) die daardoor vervaarlijk doorbuigt naar poezenklauwenhoogte. Een kerstmannetje, dat bij ons nooit verder zal komen dan verveeld rondhangen in een dennenboom simpelweg omdat hij de concurrentie met Sint niet kan doorstaan. Een stervormige piek die, vanwege een te iel toptakje en mijn gebrek aan motivatie om een en ander met een snoeischaar te lijf te gaan, niet fier omhoog wijst, maar als in vrolijke dronkenschap onheilspellend ver naar links hangt. Geheid dat wij hier voor de kerst nog vallende sterren zien. En dan de obese kerstengel, mijn favoriet. Ooit door dochter in de kleutergroep gefabriekt van iets te slap brooddeeg, waardoor een vormeloos hoopje goedertierenheid ontstond. Vleugels, hoofd en lijfje golven op aandoenlijke wijze over en door elkaar. Een rood likje verf waar het mondje moet zijn, wat goudkleurige vederstreepjes op het bochelige rugje.

Onder de boom, de kerststal. Met daarin een dubbele vertegenwoordiging van de heilige familie. De uit een kunsthandel afkomstige figuren uit mijn ouderlijk huis met daarnaast hun dubbelgangers, door een familielid meegenomen uit een ver exotisch land. Volgens dochter hebben ze beide evenveel recht op een plek in het eenvoudige uit hout opgetrokken onderkomen (als dat geen mooie kerstgedachte is). Twee ossen, twee ezels, twee schaapjes, twee Josephs, twee Maria’s, twee Jezussen. ‘Goh’, mijmer ik, ‘wat als Jezus nou een tweeling was geweest? Twee kindekes teer, twee Christussen, twee verlossers? Wat denk je? Zou de wereld er dan anders uit hebben gezien?’ Dochter, niet ontvankelijk voor filosofische vraagstukken, herpositioneert de messiassen en antwoordt: ‘Ik denk het niet, mam. Maar ze hadden het samen vast gezellig gehad.’

donderdag 15 oktober 2009

Schompes

Oeps, meer dan een maand niks geschreven. Dat wil zeggen: ik schrijf me het schompes. Voor klanten. En zolang niemand me voor mijn briljante columns betaalt, gaat broodschrijfwerk voor. Mooie uitdrukking trouwens: ‘je het schompes werken’. Etymologie lastig te achterhalen. Volgens sommige bronnen zou schompes schuim betekenen. Ik werk me het schuim (op de bek).

Anyway. Toch nog 41 bezoekers gehad hier, ondertussen. Argeloze nieuwelingen die toevallig langs zwierden, onkundig van het feit dat hier al heel lang helemaal niets gebeurt? Of die ene vaste klant die kermend van ontwenningswoede na 41 pogingen buutvrij-joos voorgoed uit zijn favorieten elimineerde?

Inactiviteit is, zo lees ik overal waar je over blogs kunt lezen, de nekslag voor een blog.

Vandaar deze activiteit. Een bondige activiteit. Een wellicht kort door de bocht activiteit. Een strak getime-managede activiteit. Want tijd voor meer activiteit zit er tijdelijk niet in.

Terug naar het schuim.

woensdag 2 september 2009

Mad Women

Mad Men schetst een, vaak huiveringwekkende, wereld waarin mannen - peuk in de mondhoek, glas whisky in de hand – de dienst uitmaken op de werkvloer en waarin vrouwen het zelden verder schoppen dan tot kantoorsloof annex voetveeg annex object van al dan niet gewenste intimiteiten (sois belle et tais toi).

Prachtig uitgewerkte karakters, intrigerende verhaallijnen en spitse dialogen. En niet te vergeten de aankleding die, als je zoals ik een hang hebt naar de mode van de fifties en de sixties, werkelijk om te kwijlen is. Al die jurkjes wil ik. Met bijbehorende schoenen en tassen. Doe me maar gewoon de complete garderobe’s van Betty en Joan. En zelfs bij Peggy zit er nog wel wat tussen waar ik mijn neus niet voor ophaal. Waarom hangt er geen Mad Women-collectie in de winkels?!

Maar afgezien van de kleding (ook Don Draper is niet te versmaden in zijn strakgesneden pakken) is er weinig in de serie wat aanleiding geeft naar die periode terug te verlangen. Wat een geluk dat er in de afgelopen vijftig jaar zoveel is veranderd.

Hoewel? Een beetje googelen leert dat anno 2009 tien van 125 Nederlandse reclamebureaus gerund worden door vrouwen en dat in de top 50 van meest bekroonde copywriters en artdirectors sinds 1990 welgeteld één vrouw staat. Op nummer 50 (marcom500, hall of fame).

Huiveringwekkend.

Waar zijn ze, de mad women? De Peggy’s die zich door een woud van (zelfgenoegzame, territoriumdriftige) heren een weg naar de top en/of de prijzenkast weten te banen. Bonken zij vruchteloos tegen een plafond van gewapend glas? Ontberen ze ambitie of zijn hun rechterhersenhelften simpelweg minder geproportioneerd dan die van hun mannelijke collega’s?

Zijn de bureaus van de 21ste eeuw, voorzien van een vrouwvriendelijk 'grijp je kans, hier kan alles–vernisje', eigenlijk gewoon Sterling & Coopers in disguise? Dan stel ik voor dat wij reclamedames de jarretelgordels bij onze moeders uit de mottenballen trekken en ons met z’n allen in van die beeldige jurkjes met punttieten en wespentailles hijsen. Dat zal in elk geval de nodige aandacht opleveren. En misschien wel een nieuwe reclameprijs. De ‘Joan-of-the-Year-Award’ ofzo.


P.S. Gezocht: creatieve dames om een weergaloze Mad Women-collectie te ontwerpen, een adembenemende reclamecampagne in elkaar te draaien en één en ander, zowel artistiek als commercieel, tot een huiveringwekkend succes te maken.


maandag 17 augustus 2009

Kampeerdersprozac

Waar kampeerliefhebbers en kampeerhaters tegenover elkaar komen te staan, doemt vroeger of later steevast ‘dé wc-rol’ op. In de wc-rol balt zich samen wat de kampeerwalger zoal haat aan kamperen. Meestal ongeveer als volgt verwoord: ‘Ik-ga-toch-zeker-niet-met-een-wc-rol-onder-de-arm-over-een-kampeerterrein-lopen-zodat-al-die-andere-stakkers-van-uur-tot-uur-kunnen-bijhouden-wat-mijn-schijtritme-is.’ De kampeerliefhebber haalt hierover zijn schouders op. Kan hem het schelen. Hij is de koningin niet.

Hoewel ik zelf kampeer – om diverse goed verdedigbare redenen, zoals de vermeende heilzame werking van het permanent onder de nagenoeg naakte hemel verkeren en de rijkelijk voorradige uitleefkansen voor het bleekneuzige stadskind – voel ik mee met de afkerigen.

Hierom.

Jarenlang bezorgde niet zozeer de wc-rol onder de arm mij nachtmerries, maar het in het geheel niet toekomen aan zo’n rol. Tot niet zo heel lang geleden was de staat van de gemiddelde campingplee zo erbarmelijk dat het betreden van een kampeerterrein voldoende was om terstond al mijn lichaamsuitgangen op slot te doen gaan. Kamperen stond voor mij gelijk aan niet poepen. En ik kan je vertellen, dat is een paar dagen niet leuk, maar na een week of twee wordt het echt een chagrijnige aangelegenheid. Op mijn vakantiemeeneemlijst stond dan ook met stip op één: laxeermiddel. Dulcolax was mijn vakantieprozac. Mijn sedatief in tijden van hoge nood. Daarmee echter was het probleem nog niet getackeld. Het kampeersanitair werd er geen spat schoner van. Dat was nog steeds zum kotzen. En op nog meer viezigheid zat niemand te wachten.

Om de vakantie toch een beetje gezellig te houden, moesten mijn kampeergenoten zich noodgedwongen onderwerpen aan het volgende ritueel. Op dagen dat ik naar de pillen greep, lieten wij cultureel erfgoed, ruisende bossen (voor sommigen overigens ook prima voor een sanitaire stop, maar bij mij heeft het nooit gewerkt), sprankelende beekjes en overige wereldwonderen links liggen om op jacht te gaan naar een kraakheldere wc. Grote warenhuizen met smetvrezige toiletdames en poepchique (nomen est omen) restaurants waren favoriet. In het eerste geval kon na wat obligaat geblader tussen jurkjes of in boeken op het moment suprême meteen tot actie worden overgegaan. In het andere nuttigden we eerst keurig een kopje koffie, eventueel met taartje. Na gedane zaken trad een periode van hervonden vakantievreugde in en bleek de camping opeens weer een heerlijk plekje onder de zon.

Godzijdank is de hygiëne op campings in binnen- en buitenland
de laatste jaren een stuk verbeterd. Zodanig dat zelfs ik er niet meer subiet van dichtklap. Inmiddels loop ik redelijk ontspannen van tent naar toiletgebouw. Met rol. Niet onder de arm, maar in een charmant tasje, waarin ik ook nog wat andere nuttige zaken kan verstoppen(!). Just in case.

donderdag 2 juli 2009

Weer in LA

In Amsterdam loopt de temperatuur op naar een graad of 30 vandaag, maar hoe is het weer in LA?
Don't care?
Kijk toch even hier - al is het maar voor een zonnig humeur -

http://www.davidlynch.com/dailyreport/index.html

Met dank aan de onvolprezen David Lynch.

vrijdag 22 mei 2009

Muis

Bind mij vast en laat 9 spinnen aan kleverige zelfgesponnen draadjes langzaam naar beneden zakken. Prik mij op 32 plaatsen lek om een barstensvolle zak bloed te oogsten. Boor mijn kiezen door op zoek naar ontstoken wortelkanalen of ander gebitgerelateerd ongerief. Ik geef geen krimp.
Maar stel mij niet bloot aan het fenomeen muis. De muis appelleert aan sluimerende doch omvangrijke angsten in mij. Dat vermoed ik althans, want waarom anders verlies ik bij het aanschouwen van het objectief gezien onschuldige grijzige wezentje terstond alle controle? Ik verander in een gillende krankzinnige die geen bruikbare gedachte meer voortbrengt.

Het voordeel van het hebben van een kat is dat de gemiddelde muis het wel uit z’n hoofd laat genoeglijk door je huis te gaan marcheren op jacht naar pastavoorraden en wat dies meer zij. Het nadeel van het hebben van een kat is dat die de muis, bij gebrek aan inwonende exemplaren, gewoon zelf vanuit de binnentuinen importeert. De kat heeft geen vermoeden van angsten. De kat denkt: 'Laat ik de baasjes eens een plezier doen met een krakend vers veldmuisje'. Dat denkt de kat. Vooral in het voorjaar en vooral heel onverwachts.

Zo ook afgelopen zondagochtend. Net onder de douche vandaan, hoorde ik het kattenluik klepperen zoals het alleen kleppert als er grote opwinding bij de kat in het spel is. In een flits zag ik het beest het halletje doorstormen, iets uit haar bek omhooggooien, het met beide voorpoten weer beetpakken om het achtereenvolgens een linkse en een rechtse directe te verkopen. In de split second waarin dit gebeurde had ik mij al krijsend achter de kamerdeur verschanst: ‘Een muis! Ze heeft een muis. Oh bugger (het nieuwe ‘k’-woord sinds ik mezelf een ‘k’-woordverbod heb opgelegd). Wat moet ik nu. Een muis! Ga weg rotkat. Donder op met dat kreng’, en zo verder… Dochter-grootste-dierenvriend-ooit begon van de weeromstuit lustig met mij mee te joelen.

Hier paste maar één remedie en die remedie heet man. Ik ben niet voor een kleintje vervaard, maar er zijn problemen waarop man het enig effectieve antwoord is. Nou hebben we er zelf niet altijd een bij de hand, maar mijn portiek grossiert gelukkig in stoere buufvriendelijke exemplaren. Het was dus zaak om er daarvan een te pakken te krijgen. En snel. Maar daarvoor moest ik eerst ongeschonden het huis uit zien te komen. Geen sinecure. Er moest een met muis voetballende kat gepasseerd worden. Met de moed van de waarlijk wanhopige waagde ik de sprong. Vliegensvlug door het halletje, voordeur open en op een buurbel gedrukt. Buurman - ook nog gezellig in ochtendjas – had aan een paar gestamelde woorden genoeg om te begrijpen hoe hoog de nood was. Gedecideerd betrad hij de plaats delict en viste – voor de verwonderde ogen van de kat die tegen deze concurrentie niet was opgewassen - met een stukje keukenpapier het vervloekte creatuur van de vloer: ‘Hij leeft nog hoor’. Dochter was schoorvoetend dichterbij gekomen en samen bestudeerden ze de inhoud van het witte papiertje. ‘Kijk maar, je ziet ‘m ademen’. Dochter vertederd: ‘Hij is eigenlijk heel schattig. Oh, die kleine pootjes’. Ik rilde. Gedeelde dierenliefde deed buurman en dochter besluiten het bibberende beestje in de struiken voor het huis te vlijen, waar het ver weg van wrede kattenklauwen misschien in staat zou zijn het leven weer op te pakken. Ik vond het prima, zolang de kans op terugkeer onder mijn dak maar nul was.
Enkele uren later ging dochter op inspectie. Muis lag er nog. Bewegingloos. Het was 'm niet gelukt. Muis was dood. Arme muis.

dinsdag 12 mei 2009

Playmobilgesprek

  • De mannenpoppetjes kan ik niet vinden, dus die vader is dood.
  • De moeder heeft wel 7 kinderen! Helemaal alleen dan hè?!
  • Ja, sorry, maar ik kan die mannetjes echt niet vinden. Jij hebt ze kwijtgemaakt.
  • Dat lukt haar nooit. Zéven kinderen dat is vetveel.
  • Pakken we toch die Barbieman d’r bij?
  • Die is keigroot!
  • Wat maakt dat nou uit?
  • Hij past niet eens in het huis. En niet in het bed.
  • Dat is juist goed. Anders heeft die moeder straks 8 kinderen.

donderdag 23 april 2009

Rokjesdag zal nooit meer hetzelfde zijn

Lag hij voor een raam en zag hij ze lichtjes fladderend aan zich voorbijtrekken? Was hij nog in staat vanaf een terras zelf vast te stellen dat de dag was aangebroken? Een week of twee geleden durfden wij vrouwen het aan ons voor het eerst in het seizoen in een zomers rokje te hullen en onze winterblanke benen aan de zon en de blikken van onze medemens bloot te stellen.

Voorheen ging dat bij mij met schroom en aarzeling gepaard. Is het echt al warm genoeg? Loop ik niet compleet voor gek met die melkflessen? Sinds Martin Bril een aantal jaren geleden een naam gaf aan de eerste echte voorjaarsdag, maakte het me opeens veel minder uit. Het is lente en ik heb een zwierig rokje. Voorwaarts, de straat op. Laat ze kijken. Laat ze lachen. Laat ze fluiten. Kan mij het schelen. Het is rokjesdag!

Bril is dood. Nooit meer een nieuw verhaal dat in een o zo alledaagse sfeer ragfijn de menselijke eigenaardigheden blootlegt. Nooit meer een nieuw vrolijk of tot nadenken stemmend inzicht van de meester van de column. Rokjesdag komt volgend jaar gewoon weer terug. Maar het zal nooit meer hetzelfde zijn.

donderdag 16 april 2009

Koninginnedagturk

Ergens om en nabij half april verander ik langzaam in een Turk. Er komt een handelsdrift in mij naar boven waaraan de gemiddelde verkoper in de Grote Bazaar in Istanbul een puntje kan zuigen. Koortsachtig struin ik kasten en schuur af op zoek naar verkoopwaardige ingrediënten. Vaasjes, schaaltjes en kandelaars die mij ooit interieurtechnisch heel verantwoord leken, worden nu rücksichtslos versmaad. Te klein geworden kinderkleding, te kinderachtig geworden speelgoed, afgedankte rokjes, vestjes, schoenen en wuft accessoirespul, spelletjes waarvan wij hier thuis de regels nooit hebben kunnen doorgronden, een stapel boeken (categorie 'prima voor op de camping, maar in de boekenkast pronk ik liever met wat diepzinnigers'), het gaat allemaal in de grote verkoopdoos. Alles schoon en heel. Allicht. Een koninginnedagturk heeft haar beroepseer.

En dan is het zover. Samen met vriendin vertrek ik op 30 april voor dag en dauw naar onze favoriete stek ergens in Zuid. In het donker en omringd door oranjegekleurde soortgenoten stallen we onze waar zo aanlokkelijk mogelijk uit. In het schijnsel van zaklantaarns proberen de morgensterren hun slag nog voor het ochtendgloren te slaan. We geven ons echter niet zomaar gewonnen. Er moet onderhandeld worden. Het loven en bieden kan beginnen.

- Wat mot dat sjaaltje kosten?
- Drie eurootjes.
- Eén.
- Maar het is een echte Oilily.
- Een watte?
- Da’s een heel duur merk.
- Ja, dat ben ik ook. Maar ik heet gewoon Jan.
- Oké Jan. Dan mag ie voor 1,5 weg.

- Geestig giletje. Wat is dat ook weer D&G?
- Dolce&Gabbana. Ik heb ‘m ook maar van Marktplaats hoor.
- O, helemaal leuk voor mijn zoontje.
- Houdt ie van Italiaanse mode dan?
- Nee joh, hij zit op de vrije school en als ie hiermee aankomt... dat kan echt niet. Lachen! Voor 4 euro neem ik ‘m mee.
- Jij mag ‘m voor 3,5.

- Mevrouw, wat wilt u hiervoor hebben?
- 1 euro mevrouw.
- Is 50 cent ook goed mevrouw?
- Nou vooruit mevrouw, omdat het Koninginnedag is.
- Eh, mevrouw. Wat is het eigenlijk?

donderdag 26 maart 2009

Geen vervrouwingsdrang







(zie adformatie nr. 15, 2009, p. 17)

zaterdag 21 maart 2009

springlust



Posted by Picasa

donderdag 12 maart 2009

Rotschop

‘Wat bedrijven nodig hebben is een kick-ass-mentaliteit’, poneert de snelle marketingjongen in het zoveelste artikel over wie wat wel of vooral niet moet doen om in deze bizarre tijd te overleven.
Nou ben ik niet echt een bedrijf, maar wel altijd bereid mezelf en mijn daden onder het vergrootglas der zelfreflectie te leggen. Beschik ik over die blijkbaar onontbeerlijke gave om onder reten te schoppen?

Ik zou zeggen van ja. Treuzelaars in het verkeer, besluiteloze druiloren bij de bakker, vormeloze exemplaren in onappetijtelijke broeken, verstokte weifelaars die hun levensvervulling lijken te hebben gevonden in: zal ik wel, zal ik niet, zal ik zus, zal ik zo… Ik zou ze graag een rotschop verkopen. Slechts de vrees in een serieus en bloedig voetgemeen het onderspit te delven, weerhoudt me.

Maar is dat de mentaliteit die meneer kick-ass voor ogen heeft? Vast niet. Wat hij waarschijnlijk bedoelt is dat je zo hard moet werken als je werken kunt, het beste moet bedenken wat je bedenken kunt, het mooiste moet fabrieken wat je fabrieken kunt en je klant zo blij moet maken als je een klant blij maken kunt. Dat is het. Simpele oud-Hollandse arbeidsmoraal, opgepoetst naar olijk marketingjargon. Net als out-of-the-box (denk nou eens buiten je doos, doos), state-of-the-art (wij kunnen het mooiste kunstje), en zo verder.

Gaat het om wat je bedoelt? Of gaat het om hoe je het zegt? Tja, that’s the question.
Get your ass off that box and go out of the state to kick some art.

dinsdag 3 maart 2009

It Bag

  • Wat is ie mooi!
  • Dus die heet Kelly?
  • Ja, naar Grace .
  • O, ik dacht aan een foute bn’er.
  • Hier hou jij mijn tasje ff vast, dan probeer ik ’m.
  • Ok, Annie.
  • Wauw! Moet je zien.
  • Wat ik zie, is een bedrag met 4 nullen!
  • Maar dan heb je ook wat. De moeder aller It Bags.
  • It sucks zul je bedoelen.

&:

maandag 23 februari 2009

LS!

De lezer heil!!! Wat fijn dat JIJ er bent!
Maar WIE ben je? Een bondgenoot? Een lotgenoot? De tegenpartij? Een toevallige passant? Die Franse artistiekeling van drie blogs verderop (gaat dat zien!)?

De stats geven aan dat dit pasgeboren blog veel wordt bezocht. Jij, de gemiddelde lezer (niet dat jij gemiddeld bent, begrijp me goed, jij bent juist heel speciaal) blijft ruim 5 minuten hangen. Hoera!

WIE ben jij eigenlijk? Maak je bekend. Doe gek en tik eens een stukkie terug. Of maak het echt bont en word VOLGER!
Follow me
Everything is alright
I'll be the one to tuck you in at night
And if you want to leave
I can guarantee
You won't find nobody else like me
[uncle tucker]

Wacht! Misschien moet ik een gelikte mail & winactie* doen? Dat als jij pakweg voor 10 maart mijn VOLGER wordt, dat je dan – ik roep maar wat – een spekpannenkoek wint of een geheel onverzorgd weekend in mijn met houtrot doordrenkte tuinhuis. Best guerrilla, toch? Of een dolgeestig columnpje over een onderwerp van jouw keuze. Is dat wat?


*voorwaarden in de kleine lettertjes

woensdag 18 februari 2009